Burgerlijke en militaire nucleaire heropleving ontsporen klimaatbeleid
Hevige uitdeinende bosbranden, extreme droogtes afgewisseld met overweldigende overstromingen, afbrekende ijsschotsen en instortende gletsjers, een snellere zeespiegelstijging dan gedacht, mislukte oogsten en hongersnood… en ja, toenemende aantallen klimaatvluchtelingen. Je zou denken dat de mensheid voldoende intelligentie en empathie heeft om de door haarzelf veroorzaakte klimaatopwarming snel, grondig en op een sociaal herverdelende manier aan te pakken. We zien echter het tegendeel. Het beleid wendt zich af van klimaatbeleid, of gaat minstens op de rem staan. Wat er wel aan beleid of pseudo-beleid gebeurt, wordt op de gewone mensen afgewenteld. Daardoor kraakt het draagvlak. Eén gevaarlijke rem op afdoend klimaatbeleid, is de druk van de nucleaire lobby voor de uitbouw van dure, trage en gevaarlijke kernenergie. Dit ondergraaft immers goedkoper, sneller en veiliger hernieuwbaar en klimaatpositief klimaatbeleid.
Kernenergie, te duur, te traag, te gevaarlijk
Belangengroepen rond kernenergie proberen kernenergie voor te stellen als een deel van een alternatief voor fossiele brandstoffen. Zij maken gebruik van één kenmerk van kernenergie. Dat is dat ze zou kunnen bijdragen aan een klimaat neutrale energievoorziening. Omdat kernenergie op zich niet in de koolstofcyclus werkt, is er bij de productie van kernenergie in de reactor zelf geen productie van het broeikasgas CO2. Dat verhaal klopt weliswaar slechts gedeeltelijk, omdat er in de hele keten van kernenergie wel CO2 uitgestoten wordt. Mijnbouw, uraniumverrijking, eventuele opwerking erna, opslag, transporten tussen alle stappen van kernenergie, afvalbehandeling… deze stappen stoten wel degelijk CO2 uit. Feit is dat zelfs dan kernenergie minder uitstoot dan fossiele bronnen.
Toch werkt kernenergie het nodige klimaatbeleid ernstig tegen. En dat op verschillende manieren. Kernenergie is een dure technologie. Een Euro of dollar kan je maar één keer uitgeven. Met eenzelfde bedrag kan meer hernieuwbare energie geproduceerd worden dan met kernenergie. Dat is ook het geval wanneer men systeemkosten zoals opslag en transport meerekent. Ook kernenergie heeft reserve-installaties nodig bij geplande, en nog meer bij onverwachte uitval van kerncentrales. België stond tweemaal dichtbij een complete stroompanne in 2015 en 2018. Dat was niet het gevolg van wind- of zonne-energie, maar wel van onverwacht uitvallende kerncentrales. Bovendien zijn windmolens en zonnepanelen veel sneller gebouwd. Hun kostprijs (zonder bewuste beleidssabotage zoals bijvoorbeeld door Trump) en hun snellere uitrol zijn in overeenstemming met de dringende noodzaak van een snel en breed uitgespreid klimaatbeleid. Bovendien schrijven klimaatwetenschappers al voor het Akkoord van Parijs, dat we niet klimaat “neutraal” moeten worden. In toenemende mate werken ze scenario’s uit om massale hoeveelheden broeikasgassen netto af te vangen uit de atmosfeer en oceanen. In het laatste rapport AR6 wordt er een scenario uitgebeeld, met netto afvang van rond 300 miljard ton broeikasgassen tot 2100 (en nog meer erna). Dat kan kernenergie niet. Een goede mix van klimaat neutrale en klimaatpositieve hernieuwbare energie daarentegen wel.
Een eeuwig stralende toekomst
Een windmolen kan in het slechtste geval omvallen, branden, of op hol slaan en wieken wegzwieren. Dan ben je best uit de buurt. Een kerncentrale die een zwaar ongeval kent – dat is een ander paar mouwen. Tsjernobyl, Fukushima, Harrisburg, Windscale, Kyschtym,… De kernsmeltingen, ontploffingen en branden die zich daar hebben voorgedaan zijn van een totaal andere orde. Een windmolenwiek zie je vallen. Radioactiviteit uit verongelukte nucleaire installaties zie je niet, hoor je niet, ruik je niet, voel je niet… tot het te laat is. De enorme toename van kankers en genetische afwijkingen, in begrepen op zeer jonge leeftijd of in ongeboren leven zijn niet alleen, maar toch in belangrijke mate toe te schrijven aan de meer dan 2000 kernbomtesten, zware en minder zware nucleaire civiele en militaire ongevallen, en toegelaten radioactieve lozingen.
Dit gaat er niet op beteren. Met de druk van de nucleaire lobby worden allerhande wettelijke bepalingen versoepeld. Dat gaat over vergunningen en diverse veiligheidsvoorzieningen. In verschillende landen is men volop bezig om de regelgeving te “harmoniseren”, stroomlijnen”, vereenvoudigen”. Mistige woorden die voor één zaak moeten zorgen: dat kerncentrales sneller vergund geraken, met verzwakkende veiligheids- en gezondheidsnormen. Alles moet dienen om toch te proberen de privé-kapitaalmarkt te verleiden in de dure en riskante kernenergie te stappen. Veiligheidsvereisten die na Fukushima evident zijn – of waren, komen onder druk te staan. Minder grote kerncentrales zouden mogelijks minder van die vereisten moeten toepassen. De winsten moeten gegarandeerd worden, ten koste van veiligheid en gezondheid. Net zoals bij klimaatontkenning, krijgen we te maken met nucleaire ontkenning en minimalisering van risico- en gezondheidsgevolgen.
Deze gezondheids- en levensbedreigende risico’s zijn nog in vele ordegroottes groter bij een kernoorlog of zeer zware nucleaire ongevallen. Een atoombom vernietigt en verziekt ongehoorde aantallen burgers, eerst door een verzengende vuurbal dat alles verdampt, mensen inbegrepen. Dan de schokgolf en giga-branden die vele mensen doden of verminken met moeilijk in te beelden extreme brandwonden. En ten slotte door de radioactieve fall-out die nadien op de mensen en het milieu terecht komen. Bij zware kernongevallen gebeurt vooral dat laatste. Omdat kerncentrales meer radioactieve stoffen bevatten dan vele kernbommen, zijn de gevolgen van radioactieve neerslag nog omvangrijker. Tsjernobyl is op dat vlak tot nu toe de trieste kampioen.
SMR’s, voor het klimaat, of voor duikboten en vliegdekschepen?
De overmaat aan nucleaire plannen is in belangrijke mate in de geesten van de mensen binnengebracht via het glijmiddel van de zogenaamde SMR’s. Dat gaat over zogezegde “kleine” reactoren op basis van bestaande of andere technieken. Over dat “klein” valt er wel wat te zeggen. Zo is de “SMR” van Rolls Royce een reactor met een capaciteit van 470 MW. Dat is zoiets als Doel 1 of Doel 2. Allerhande modellen en methoden die vaak vroeger zonder technisch of economisch succes waren uitgeprobeerd, worden nu als oude wijn in nieuwe vaten aan de vrouw en man gebracht. Waarom toch die push naar SMR’s? De professoren Stirling en Johnstone van de universiteit van Sussex antwoorden hierop dat de Britse nucleaire onderzeevloot moeilijker te onderhouden en veel duurder wordt, wanneer er geen parallelle burgerlijke nucleaire sector uitgebouwd blijft. Op die manier kunnen militaire kosten gedeeld of zelfs afgewenteld worden op de gewone burgers, via hogere elektriciteitsfacturen, belastingen, subsidies, staatseigendom, afwentelen van veiligheids- en gezondheidsrisico’s op de bevolking en werknemers van de centrales,… (Hetzelfde geldt eveneens voor de plannen om nieuwe grote reactoren te bouwen).
Er zijn wereldwijd bijna 200 SMR’s in gebruik voor verschillende marines. De VS staat op kop, met bijna 100 SMR’s in duikboten en vliegdekschepen. Rusland volgt al op een behoorlijke afstand, maar baat nog steeds meerdere tientallen SMR’s uit in duikboten. Ook Frankrijk, Het Verenigd Koninkrijk, China, India gebruiken SMR’s in duikboten. Frankrijk evenals in de toekomst China, gebruiken SMR’s ook in vliegdekschepen. De push naar SMR’s is dus niet enkel ingegeven vanuit de civiele nucleaire sector, maar minstens even krachtig vanuit de militaire nucleaire sector.
Van windmolenwieken en zonnepanelen kunnen geen massavernietigingswapens gemaakt worden, van kernmaterialen wel.
Er is nog een andere band tussen de civiele en militaire nucleaire sectoren. Elke kernreactor zonder uitzondering, gebruikt en produceert in haar hele keten nucleaire stoffen die als grondstof kunnen dienen en ook werkelijk effectief dienen, om kernwapens aan te maken. Vier nucleaire materialen spelen elk op hun manier een rol in het kunnen aanmaken van atoombommen. Een kerncentrale zoals in Doel en Tihange, gebruikt uranium-235 als nucleaire brandstof. Dat uranium-235 is tegelijk een “ideaal” materiaal voor atoombommen. De bom op Hiroshima was gemaakt met dat soort uranium. Doel en Tihange produceren ten tweede eveneens plutonium. Ook de zogenaamde nieuwe reactoren in de pijplijn zijn vaak nog steviger verankerd in deze plutoniumcyclus. En met dit materiaal werd de atoombom op Nagasaki gemaakt. Vervolgens maakt elke thoriumreactor uranium-233 aan (anders is er geen kernsplijtingsproces in een thoriumreactor). Datzelfde soort uranium is eveneens bruikbaar voor de aanmaak van atoombommen. De Verenigde Staten (en later waarschijnlijk ook India) deden er reeds in 1955 en nadien geslaagde proeven mee. Ten slotte: elk fusieproces, ook in verband met de bijna eeuwig futuristische kernfusie, gebruikt en produceert tritium. Waterstofbommen, de krachtigste van alle atoombommen, ontploffen eveneens met behulp van datzelfde tritium.
Elke soort van bovengenoemde kernmaterialen en bijhorende kerncentrales hebben eigen kenmerken om er atoombommen van te kunnen maken. Sommige propagandisten van bepaalde nucleaire technologieën gebruiken deze verschillen om hun specifieke techniek als “minder gevoelig voor verspreiding van kernwapens (proliferatiegevoelig)” te promoten. Dat doen bijvoorbeeld de thorium-reclamejongens en meisjes, die beweren dat hun technologie veel minder vatbaar is voor proliferatie. De atoombomtesten die meer dan 70 jaar geleden werden gehouden mét in een thoriumreactor gekweekt uranium-233, weerleggen deze reclamespot. Wees (on)gerust dat dit soort desinformatie eveneens zal gebruik worden in verband met kernfusie.
Bovendien wordt kernafval gebruikt in conventionele wapens. Bij de uraniummijnen,in het proces van de aanmaak van kernbrandstoffen en nadien bij opwerking, ontstaan grote hoeveelheden radioactief afval dat vooral bestaat uit uranium-238. Een deel ervan wordt gebruikt in verschillende soorten munitie. Het gaat bijvoorbeeld om tankobussen of om zware kogels voor vliegtuigvuurwapens. Men gebruikt dat radioactief afval eveneens in bepantsering voor tanks en pantservoertuigen. Bij inslag van zulke obussen en zware kogels verdampt het aanwezige uranium. Daarbij vormt het zeer fijne deeltjes (aerosolen), die ver weg meegenomen worden door wind en water. Op die manier worden milieu, de voedselketen en mensen besmet. Dat veroorzaakt ernstige medische gevolgen, zoals kankers, genetische afwijkingen en zware misvormingen bij het nog ongeboren leven.
Een gewetenloze lobby
Net zoals de fossiele lobby haar leven oneindig probeert te rekken, is er een sterke nucleaire lobby erg actief om een nucleaire doorbraak te forceren. Het enige verschil is dat de fossiele lobby sterk bijdraagt aan klimaatontkenning of -minimalisering. De nucleaire lobby daarentegen misbruikt grotesk de klimaatcrisis, om haar nucleaire greep op de maatschappij te kunnen vergroten. Tactiek en strategie zijn fundamenteel tegengesteld. De klimaatcrisis misbruiken is de tactiek om over alle nucleaire lijken heen, de nucleaire sector te greenwashen tot een “groene, klimaatvriendelijke” technologie. Zo willen ze kunstmatige maatschappelijke draagkracht creëren. Dat is in tegenstrijd met de strategie en uiteindelijke doel van de nucleaire lobby: een aanzienkijk aandeel van de energiemarkt inpalmen, ten koste van de veel goedkopere, sneller te realiseren, minder gevaarlijke en helemaal niet proliferatieriskante hernieuwbare en klimaatpositieve energie die werkelijk bijdragen aan een snelle en brede energietransitie weg van fossiel en nucleair.
Een ander verschil is dat de nucleaire lobby, naast sterke economisch-financiële nucleaire belangengroepen, veel sterker gestuurd en zelfs gedomineerd wordt door militaire belangen. Zij willen nucleaire middelen vermeerderen en verbeteren voor atoombommen, SMR’s voor aandrijving van nucleaire duikboten, vliegdekschepen, landmachtinstallaties, en voor toepassingen van nucleair afval in conventionele wapens. Deze lobby is de meest dodelijke, ja zelfs mensheidsbedreigende, omwille van haar atoombom-massavernietigingswapens.
Wat het nog allemaal erger maakt, is dat er een groeiende alliantie ontstaat tussen de fossiele en nucleaire lobby. Weg de volksmisleiding dat “hernieuwbare energie en kernenergie hand in hand het klimaatprobleem kunnen aanpakken”, zoals de nucleaire sirenenzang luidt. Integendeel, de nucleaire en fossiele lobby geraken met elkaar verstrengeld. Zo worden SMR’s ontwikkeld, o.a. om de ontginning van fossiele brandstoffen op afgelegen plekken van de nodige elektriciteit te voorzien. Een ander merkwaardig voorbeeld is dat het Britse fossiel gasbedrijf Centrica zich ingekocht heeft in de nieuw te bouwen Britse kerncentrale Sizewell C. Immers, wanneer traag te realiseren kerncentrales gebouwd worden in plaats van snel te bouwen windmolens en zonnepanelen, blijven de energieconsumenten langer afhankelijk van de zogenaamde “transitiebrandstof” aardgas… da’s goed voor de gasbusiness!
Er zijn veel betere alternatieven
Vanuit zowel economisch-financieel, klimaat als sociaal standpunt is een beleid gericht op energiebesparing, hernieuwbare en klimaatpositieve energie veel goedkoper, met snellere en bredere resultaten op klimaatvlak. Dat is voor de gewone mensen interessanter: ze betalen minder, en hebben minder last van de gevolgen van de klimaatopwarming. Dat betekent dat we veel sneller uit fossiele energie kunnen stappen, zonder alle nadelen van kernenergie te moeten dragen en betalen. Het is duidelijk dat een toekomst pas echt duurzaam is, zonder fossiele uitstoot van broeikasgassen. Maar ook zonder de nucleaire dreiging die uitgaat van zowel kernenergie als de daaraan verbonden kernwapens. Niet voor niets ijveren organisaties van medici zoals het IPPNW (International Physicians for the Prevention of Nuclear War) al decennia tegen beide takken, civiel en militair, van de nucleaire dreiging. Het IPPNW stelt in haar verklaring van Mombassa dat het afschaffen van kernwapens inhoudt dat ook kernenergie moet stoppen.
Het is deze band tussen kernenergie en kernwapens die de aanleiding en basis vormt van het boek dat bij EPO gaat verschijnen onder de titel “Waarom Hiroshima rijmt op Fukushima – over de band tussen kernenergie en kernwapens”. De auteur, tevens schrijver van dit artikel, wil met dit boek een bijdrage leveren aan het doorprikken van de mythes en leugens die circuleren rond het “vreedzame” gebruik van kernenergie, door te analyseren hoe vreedzame kernenergie en wreedzame kernwapens vanaf hun oorsprong innig met elkaar verbonden waren, nog steeds zijn en zelfs nog meer worden.
- https://www.sussex.ac.uk/research/explore-our-research/business-and-economics/shining-light-on-nuclear-deterrent
- https://www.centrica.com/media-centre/news/2025/investment-in-sizewell-c
- inks between nuclear weapons and nuclear power